ACADEMIE Filosofie Religie Spiritualiteit - DUC Reflecties


DUC Reflecties beogen periodiek filosofische, religieuze en spirituele teksten aan te reiken, die ons confronteren met de aard van ons bestaan.

Hierbij spelen kennis en ervaring uit het verleden een belangrijke rol, maar ook zal de aandacht zich richten op toekomstige ontwikkelingen en ervaringen.

'Een ervaring is zinvol wanneer er een positieve band bestaat met onze doelen. Het leven heeft zin wanneer wij een doel hebben dat ons streven rechtvaardigt en wanneer onze ervaring ordelijk is. Om deze ordelijke ervaring te bereiken, is het in veel gevallen nodig om een soort bovennatuurlijke kracht of een goddelijk plan in het leven te roepen, want zonder zo'n kracht of plan is het leven wellicht zinloos'.

 

DUC Reflectie 2019/1

LEVENSFILOSOFIE

Naar wij mogen veronderstellen denkt iedereen na over het leven. Dat kan heel positief zijn en ons met een diep gevoel van geluk en verbondenheid vervullen. zoals een kind, dat zich ervan bewust wordt dat vader of moeder zo vertrouwd dichtbij is om nieuwe ontdekkingen en grote vragen mee te delen. Zoals die mens, die al weet voordat jij het hebt uitgesproken en jij hebt het even gezien toen jullie elkaar aankeken. Zulke momenten betekenen heel veel. Zij vormen de verbondenheid. Een verbondenheid die tijd en situatie te bovengaat. Verbondenheid die ook boven jezelf uitwijst. 

Er is een geheimzinnige verbondenheid tussen mensen, verborgen in hun leven en van generatie op generatie doorgegeven. die verbondenheid komt met de paplepel, misschien nog eerder zelfs, ons leven binnen. Sommigen zeggen terecht: het wezenlijke van ieder mens is onherleidbaar, uniek, eenmalig. Zoals ieder van ons beseft dat er mensen moeten zijn geweest die ons het levenslicht hebben doen zien, maar niemand van ons is de optelsom van ouders, omstandigheden en tijden.

En dan zijn er de vragen: 'van waaruit?', 'waartoe?', 'waarheen?'. Er zit beweging in. Er is dat vermoeden dat de richting waarin mensen zich door alle tijden heen bewegen, ergens een doel, een bedoeling heeft, welke we niet kunnen verwoorden, dat ons ongeacht leeftijd, ontwikkeling of status, bezig houdt en voorkomt dat we simpelweg dood slijten of ons dood vervelen.

Dat onuitsprekelijke, dat we al ontdekten voordat we konden praten, en dat ons ondanks alles gaande houdt, ook dan als onze voeten ons niet meer kunnen dragen en onze gezondheid ons in de steek gelaten heeft. Dat waarvan we het bestaan niet kunnen bewijzen anders dan door naar het leven zelf te verwijzen, trekt ons naar een onuitsprekelijk doel.

>Een persoonlijke levensfilosofie?<

Het zijn maar een paar gedachten, die tussen geboorte en dood gespannen, de hoogstpersoonlijke vertaling zijn van het besef dat ons allemaal in beweging heeft. Naar binnen, als de verwondering over die 16 miljaard cellen die ons lichaam ongeveer telt, ons tot vragen brengt over het geheim van hun samenwerking. Naar buiten, als wij onszelf ontdekken in relatie tot de wereld en de andere levende wezens, onze medemensen, die ene aan wie wij ons bestaan verpanden, het vermoeden van een doel of bedoeling, een onuitsprekelijke zin van het bestaan.

Een levensfilosofie ontstaat bijna 'als vanzelf'. Iedere ademtocht is een nieuwe bijdrage aan onze eigen filosofie. Iedere dag een nieuw hoofdstukje in ons verhaal. Iedere ervaring, iedere daad, elk woord is van belang. Het is dat ene punt waarin ons verhaal samenkomt, zoals de treinrails in de verte aan de horizon.

Maar we zijn ons daar niet steeds van bewust. We worden er zeker mede door beïnvloed, niet totaal, maar voor een groot deel ten goede of juist in het tegendeel. Onze levensfilosofie vinden we gedeeltelijk terug in dat wat voor ons karakteristiek is, onze 'geestelijke vingerafdruk' in het alledaagse omgaan met mensen en dingen. Voor sommigen is de bewuste levensfilosofie hun cultuur, hun godsdienst. Voor anderen het samenlevingsverband, de economische situatie, of de staat van hun gezondheid.

Een ander gedeelte van de levensfilosofie is te vinden in wat wij kiezen. Iedereen heeft een keuze, een soort psychologische vingerafdruk van onze persoon. die is bijvoorbeeld te vinden in onze manier van omgaan met onze geliefde(n), vrienden en kennissen. Zorg en liefde zijn bijzonder intense, bewust bedoelde en heel persoonlijke handelingen.

En een ander deel is terug te vinden in de ervaringen die wij prettig vinden; het eten dat ons zo smaakt, de muziek die ons zo aanspreekt, het kunstwerk waarvan wij genieten, dat deel van onze werkelijkheid dat ons tot ons zelf brengt bij een wandeling door het bos of zomaar als we op onze rug in een duinpan naar de wolken en de meeuwen liggen te kijken met een helmsprietje tussen onze tanden.

Onze levensfilosofie wordt ons bewust doordat wij beseffen welke waarden wij enerzijds ervaren en naderzijds voltrekken. Beleven en handelen zijn de gidsen naar de levensfilosofie. Pas op: gidsen, dus niet die gezochte filosofie zelf. Zoals gevoel dat vertelt dat ik er ben en niet wie ik ben, en zoals daden vertellen dat een 'Ik' iets voltrekt, en niet 'wie' die ik is of zou kunnen zijn. Maar de gidsen wijzen ons een weg. die weg wijst boven henzelf uit. Het 'Ik' dat de drager is van de gezochte levensfilosofie, overtreft in alles de gidsendie ernaar wijzen. Het 'ik' wijst bovendien vanwege die filosofie 'boven zichzelf' uit. Werkelijk, ieder mens kan zichzelf overtreffen.......

Levensfilosofie, jouw persoonlijke levensfilosofie, bevat dus al die gedachten, gevoelens, ervaringen die samenhangen met jouw levensweg naar de zin van jouw bestaan. Je kunt de elementen ervan zelf vinden, door te zoeken in je eigen 'gereedschapskist'; de zin is nooit helemaal af zolang je bestaat.

Als je met geduld en liefde kijkt, waar je je in je leven echt en volledig bij betrokken hebt gevoeld en je brengt dat eerst eens in kaart, en als je dan vervolgens kijkt naar die dingen en daden waar je volledig achter staat, ook nog na al die jaren; wat deed jij graag en goed.

Iemand heeft ooit hardop gezegd dat 'alle wijsheid begint met goede vragen' (Socrates). een ander voegde eraan toe: 'Ken jezelf'. en een derde zegt: 'het begin van alle wijsheid is het respect voor de eeuwige'.

***************************************

HET INNERLIJK EVENWICHT

Door bepaalde gevoelsmatige ongunstige omstandigheden of aangrijpende gebeurtenissen kunnen we onze levensmoed en zelfvertrouwen verliezen. Zijn we door die ervaringen ontmoedigd geraakt, dan kunnen we onszelf alleen weer opbeuren door middel van ons denkvermogen. Alleen dat is dan overgebleven voor verwerking en aanpassing, alleen daarmee kunnen we dan onszelf bekrachtigen, kunnen we onszelf weer moed inspreken en zodoende ons innerlijk evenwicht herstellen. Door de beheersing van onze gevoelshouding te oefenen, door die steeds te verbinden met ons denken, worden we op den duur gekenmerkt door gelijkmoedigheid, innerlijk evenwicht en geduld.

Denken zonder te voelen kan ons gedrag ongevoelig en hardvochtig maken; maar alleen voelen zonder te denken maakt ons overgevoelig en beïnvloedbaar. Door enkel te voelen zijn we weerloos tegenover onze ervaringen, die ons dan gemakkelijk kunnen overweldigen. Gelijkmoedig zijn betekent daarentegen, dat ons geestelijke vermogen om een gevoelshouding aan te nemen een bewust beheerste zelfwerkzaamheid is geworden, doordat er een evenwicht is ontstaan met alle andere vermogens. Daardoor zijn we - wat onze eigen stemming betreft - niet meer afhankelijk van de wisselvalligheden in de loop der gebeurtenissen in ons bestaan, van bepaalde gespreksonderwerpen of van stemmingen en aandoeningen van anderen om ons heen.

We kunnen bijvoorbeeld wat we horen tijdens een gesprek een tijdlang beheerst verwerken, ondanks dat het onderwerp ons misschien niet zint. Op een gegeven ogenblik kan het ons echter teveel worden. De druk die van het onaangename onderwerp uitgaat wordt dan te groot, we verliezen ons 'evenwicht'. Het onderwerp gaat ons wat aandoen en we raken in een aangedane gemoedstoestand, wat zich uit in ontstemming, ergernis of boosheid.

Zijn we zelf nog min of meer onevenwichtig, dan kan het onevenwichtige gedrag van mensen om ons heen temeer invloed uitoefenen op onze gemoedsgesteldheid.We laten die dan bepalen door hun uitspraken of gedrag, zonder ons denken er tegenover te stellen, waardoor we ook zelf ons evenwicht verliezen en aangedaan raken. 'Aandoeningen' van anderen kunnen door de onbeheerste gemoedsuitingen daarvan een 'besmettende' invloed op de omgeving hebben. Die aandoeningen worden daarbij als het ware overgedragen op anderen, die er door kunnen worden aangegrepen.

Onbeheerste gemoedsuitingen van anderen wekken heel gemakkelijk dezelfde gemoedstoestand bij ons op. Door ze van anderen mee te maken, kunnen we zelf ook weer in een onbewuste en onbeheerste geestesgesteldheid komen te verkeren, waardoor evenwicht en zelfbeheersing verloren gaan. Verliest degene met wie wij spreken zijn of haar zelfbeheersing, laten wij dan trachten dat bij onszelf te voorkomen door dat bij de ander duidelijk waar te nemen en het onmiddellijk met ons denken te beoordelen. Gedachten kunnen ons een houvast geven waar we ons op kunnen richten en steun bij kunnen vinden. Daardoor kan onze gemoedsrust gehandhaafd blijven.

Het onvermogen om zelf evenwichtig te blijven als er iemand aangedaan raakt, kan meerdere oorzaken hebben. Het kan zijn, dat het ons persoonlijk onvermogen is, veroorzaakt door onevenwichtigheden in ons karakter, waardoor we gemakkelijk door anderen uit ons evenwicht te brengen zijn. Maar ook is het mogelijk dat we nog onverwerkte jeugdervaringen in onze ziel met ons meedragen. Deze kunnen gaan opspelen en onze gemoedsgesteldheid ongunstig beïnvloeden, wanneer we door het gedrag van anderen in ermee overeenkomende, bedreigende of kwetsende omstandigheden komen te verkeren.

Tussen aandoeningen als lijden en genietingen, angst en hoop, onverschilligheid en opwinding, bevindt zich een tussentoestand van evenwichtigheid, die door zelfbezinning in het hart is te verweerkelijken. Er is dan geen sprake meer van een aandoening, maar van gevoel. In die toestand lijden we niet meer mee, maar kunnen we meevoelen door mee te leven. Doordat ons voelen door ons denken wordt gesteund, kunnen we niet meer worden meegesleept door medelijden. dit is een zinloos lijden, waar de ander niets aan heeft en we alleen onszelf mee belasten.

Vanuit die innerlijk evenwichtige tussentoestand kunnen we geheel vanuit onszelf meevoelen in plaats van mee te lijden. Dit heeft tot gevolg dat we, ondanks het geuite leed van de ander, niet aangedaan raken, maar onszelf kunnen blijven en ons zo zinvol kunnen blijven inzetten voor onze lijdende medemens. We kunnen ook het leed dat we van de ander ervaren verdringen. Ook daarvoor zullen we ons voor de ander blijven inzetten. De gezindheid van waaruit we dat doen is echter een geheel andere dan wanneer we kunnen blijven meeleven. Door het verdrongen gevoel wordt onze houding door het denken bepaald en daardoor zakelijk. Van troostend en daardoor genezend medegevoel kan in dat geval geen sprake meer zijn.

Vreugde is in de genoemde tussentoestand niet meer afhankelijk van uiterlijk en tijdelijk geluk of voorspoed wat betreft aanzien en bezit, maar van het feit, dat we onszelf door zelfbezinning hebben hervonden in het hart en tenslotte - door afstemming erop - met onze oorsprong zijn herenigd. Dat betekent verbinding met een duurzaam stromende bron van innerlijke vrede en vreugde. Gelúkkig worden we slechts door deze zelfbezonnen toestand, als we niet meer afhankelijk zijn van uiterlijke, vergankelijke omstandigheden en voorwaarden.

 ******************************************

 

 

 

 

 

 

Locatie Maison Tenalach
Deel dit evenement