Meditatie/mystiek

Een vrucht van het zwijgen is meditatie. Zij staat onderaards in verbinding met de zwijgzaamheid - het zijn tweelingen. Wat moeten we onder meditatie verstaan en hoe ontwikkelt zich de verhouding van de meditatie tot  het denken?

Het begrip 'meditatio' is weliswaar vertaalbaar, maar we leren uit het lexicon dat de omvang van de meditatio ver uitgaat boven die van het denken. Meditatie wil zeggen: niet alleen áán een kwestie of een probleem denken, maar het ook óverdenken, erin doordringen; de meditatie laat het voorwerp van haar overdenkingen niet meer los, maar legt zich er als een hand omheen en omsluit het. Bovendien wordt de meditatie niet alleen door het verstand beoefend, maar door heel de mens. Terwijl de activiteiten van het verstand duidelijk gescheiden van het lichaam plaatsvinden en de bios nauwelijks of niet beïnvloeden, is de meditatie en existentiële bezigheid. De mens wordt er als geheel bij betrokken; mediteren verplicht veel sterker dan denken. In de meditatie wordt de kunstmatige isolatie van de geest, die de kanker van onze beschaving is, overwonnen. De geest dringt in de wereld binnen en doorstraalt haar tot in de uiterste hoeken; de meditatie bezweert ook de driften, die nu door de geest gesublimeerd worden. Zij bewerkstelligt de vergeestelijking van de mens, dat wil zeggen: de mens wordt er op den duur ook uiterlijk door veranderd, hij krijgt een 'ander gezicht'.
We verstaan onder meditatie een houding die de hele mens geestelijk in beweging zet, hem voert tot de dynamiek van het inzicht en hem omvormt. Bij het denken voegt zich het oefenen, je zou bijna kunnen zeggen: de geestelijke gymnastiek; en de lexical betekenis van meditatio is inderdaad niet alleen 'nadenken', maar ook: de met overpeinzingen gepaard gaande oefening in een bepaalde zaak, en meer direct: 'voorbereidende oefening'. Cicero spreekt zelfs van de absolute gelijkstelling van meditatie en gewoonte.
Wanneer we mediteren houden we ons dus bezig met geestelijke oefeningen. Een kenmerk van een oefening is, dat hij steeds herhaald moet worden, tot aan de volledige beheersing, het meesterschap.
Geestelijke oefening neemt alle vermogens van de mens in beslag, niet alleen de intellectuele. Wat vooral belangrijk is: de meditatie vergt een concentratie en samenballing van alle krachten op é é n punt. Onder dat punt kunnen we van alles verstaan: een gedachte, een beeld, een symbool, een heilige tekst en uiteindelijk als meest sublieme voorwerp van de meditatie: God zelf.
Alle meditatie begint ermee dat de mens zich concentreert en dus al zijn krachten vermogens één en dezelfde richting geeft. We herinneren ons kwikzilver dat, in vele bolletjes uiteengevallen, alle kanten oprolt:dit is een beeld van gebruikelijke toestand van de gedesintegreerde mens zonder centrum en zonder zwaartepunt. Wie zich verliest in duizenden beelden en indrukken zal nooit in staat zijn te mediteren (denk aan film, televisie, tijdschriften).
Er bestaat geen geestelijke activiteit die het zonder meditatie kan stellen, en geen wetenschap die zonder deze factor op den duur nog creatief is. Geestelijke productiviteit blijft onverbrekelijk met meditatie verbonden. Daar waar deze verdort, zodat het het vermogen om te mediteren tenslotte geheel verdwijnt, slaat cultuur om in civilisatie, en dat is grotendeels het tijdperk van de geestelijke epigonen. In het tijdperk van de civilisatie schijnen de voorwaarden voor oefening en inzicht langs meditatieve weg zoekgeraakt te zijn: concentratie, geduld en - zwijgen.

 
Event Startdatum Prijs Hoeveelheid Geregisteerd